Menselijke neus

De menselijke neus

De neus heeft een uiterlijk zichtbare vorm.

Zo is er de wipneus, een neus met omhoogstaande punt en de haakneus, waarbij de punt naar beneden wijst.

Mensen hebben de neiging bepaalde karaktereigenschappen toe te schrijven aan de eigenaars van deze neuzen.

Hiervoor bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs of statistische onderbouwing.

De neus staat midden in het gezicht en is dus sterk bepalend voor het uiterlijk.

Een kleine verandering kan een grote verbetering voor iemand betekenen.

Reden waarom een neuscorrectie een veelgevraagde cosmetisch chirurgische ingreep is.

Bij een neuscorrectie kunnen grootte en vorm van de neus veranderd worden.

 

De neus is een orgaan.

(Een orgaan is een geheel van weefsels dat dient om een bepaalde functie te kunnen uitoefenen.

Een orgaan is een deel van een organisme met een of meer functies.

Vaak oefenen enkele organen gezamenlijk een bepaalde functie uit.)

Bij de meeste gewervelde dieren zit de neus centraal op het gezicht of aan het eind van de snuit.

Het gelaat (ook gezicht of aangezicht genoemd) is de voorkant van het hoofd.

Het gelaat is het voornaamste onderdeel van het lichaam waaraan men elkaar als individu kan herkennen.

Daarnaast kan men gevoelens bij anderen aflezen aan bepaalde gelaatsuitdrukkingen.

Iemands gelaatsuitdrukking vormt een belangrijke indicatie van zijn geestesgesteldheid en gemoedstoestand.

 

Ademhalen gebeurt voornamelijk door de neus. 

De neus heeft als functie de lucht te reinigen, te verwarmen en tevens dient de neus om te ruiken (Reukzin is het vermogen van een organisme om geuren in de lucht waar te nemen, eventueel ook in het water.

Ook wel het olfactorisch vermogen genoemd.

Waarnemen met dit zintuig heet ruiken.

Het orgaan waarin de reukzin bij veel dieren en de mens zetelt is de neus.).

In de ingang van de neus zitten neusharen.

Neusharen voorkomen dat grotere schadelijke deeltjes in de longen terechtkomen en maken de luchtstroming turbulent.

De neus gaat over in de neusholte, die van het aangezichtsvlak tot achterin de keel doorloopt.

In de neusholte bevinden zich links en rechts symmetrisch drie dunne, met slijmvlies (Een slijmvlies (mucosa) is een dunne laag cellen die slijm produceren, meestal met bescherming of transport van afvalstoffen als doel.

Voorbeelden zijn de binnenzijde van de maag bij vele diersoorten; als de slijmaanmaak stopt, begint het maagzuur de eigen maagwand te verteren.

Ook de binnenzijde van de luchtpijp van veel zoogdieren hebben slijmvliezen om zowel deeltjes af te vangen als de ingeademde lucht te bevochtigen, en de luchtpijp voor uitdroging te behoeden.

Ook kunnen de cellen in deze slijmvliezen vuil naar de keelholte brengen zodat het kan worden opgehoest m.b.v. kleine trilharen van deze cellen.

Ook de menselijke darmen, geslachtsorganen en de slokdarm bevatten slijmvliezen.

Veel amfibieën en vissen hebben slijmvliezen op de huid die soms ook gif produceren.) beklede botplaten (conchae) die het inwendig oppervlak van de neusholte sterk vergroten.

Deze plooien vangen de kleinere deeltjes die in de ingeademde lucht aanwezig zijn op.

Ze zijn goed doorbloed en verwarmen zo de lucht die ingeademd wordt, maar zorgen ook voor een turbulentie in de luchtstroom die ervoor zorgt dat geurstoffen worden getransporteerd naar het reukslijmvlies, dat zich bovenin de neusholte bevindt (onder de schedelbasis, tussen de oogkassen).

De linker- en rechterneusholte zijn van elkaar gescheiden door het neustussenschot of neusseptum.

Dit bestaat uit een voorste deel van kraakbeen en een achterste gedeelte van bot.

In het slijmvlies van het tussenschot lopen veel oppervlakkige bloedvaatjes en de meeste neusbloedingen vinden hier hun oorsprong.

Het voorste deel van het tussenschot wordt locus Kiesselbachi genoemd.

 

In de neusholte draineren twee andere organen: de bijholten en de traanklieren.

  • De bijholten of neusbijholten (in anatomische terminologie: sinus paranasales) zijn bij de mens verschillende met lucht gevulde holten in de schedel die middels een dun kanaaltje in open verbinding staan met de neusholte.
  • Er zijn vier verschillende bijholten, die elk gepaard (links en rechts) voorkomen. Ze worden genoemd naar de schedelbotten waarin ze liggen:
  • voorhoofdsholte (Lat.: sinus frontalis), gelegen pal boven de ogen.
  • wiggebeensholte (Lat.: sinus sphenoidalis), de diepst gelegen holten, onder de hypofyse bij de schedelbasis
  • zeefbeenholte (Lat.: sinus ethmoidalis), gelegen in de ruimte tussen neus en oogkas. Dit is niet één holte maar het bestaat uit vele kleine holten.
  • kaakholte (Lat.: sinus maxillaris), gelegen in het bovenkaakbeen. Dit zijn de grootste bijholten.

 

  • Bij de geboorte zijn de holten nog niet of nauwelijks aanwezig.
  • De voorhoofdsholten ontstaan bijvoorbeeld pas rond het zevende levensjaar en zijn voltooid aan het eind van de puberteit.
  • Bij ongeveer vijf procent van de volwassenen ontbreken de voorhoofdsholten.
  • [1] De kaakholte is tot aan de tandenwissel nog vrij klein, omdat een deel van de ruimte nodig is voor de aanmaak van het volwassen gebit.
  • Net zoals de binnenzijde van de neus zijn ook de neusbijholten bekleed met slijmvlies.
  • Aan de laterale zijden draineert de kaakholte (sinus maxillaris).
  • Bovenin de neusholte draineren de voorhoofdsholte (sinus frontalis)en de zeefbeenholtes (sinus ethmoidales).
  • Bij een forse verkoudheid kunnen deze holten vollopen met neusslijm.
  • Ze raken dan verstopt en gaan ontsteken.
  • Je hebt dan een bijholteontsteking (sinusitis).

 

  • De traanklier draineert overtollig traanvocht naar de neusholte via de traanbuis (ductus lacrimalis).
  • Bij een stevige huilbui merk je dit omdat je daarna je neus moet snuiten.
  • Bij prikkeling van het neusslijmvlies treedt een beschermende reflex in werking, het niezen.
  • Er treedt een onwillekeurige inademing op gevolgd door een explosieve uitademing door de neus, waardoor eventuele vastzittende of prikkelende deeltjes met het snot naar buiten komen.

Neustussenschot

Scheef neustussenschot

Gebroken neus

Het neustussenschot (septum nasalis) is essentieel voor steun aan de neus.

Scheefstand hiervan kan echter resulteren in blijvende verstopping of verminderde doorgankelijkheid van de neus.

Daarom wordt vaker het neustussenschot door een KNO-arts rechtgezet bij klachten.

Dit gebeurt meestal tijdens een operatie onder narcose, tijdens een dagopname.

Onder boksers heerst het fabeltje dat het zinnig is om het tussenschot weg te laten halen, omdat het een probleem is bij boksen.

Dit is niet op feiten gebaseerd.

Sterker nog: het verwijderen van het tussenschot leidt tot inzakken van de neus, zodat de ademhaling moeilijker wordt en dus sporten ook moeilijker gaat.

Na een klap op de neus kan het voorkomen dat het tussenschot krimpt of inzakt (wat leidt tot een zadelneus).

Dit wordt veroorzaakt tot verminderde doorbloeding van het tussenschot zodat het afsterft. Deze situatie is vervelend voor een persoon, maar beter te verdragen dan de situatie waarin het tussenschot operatief wordt verwijderd.